BK3ON3GeoDesign

DESIGN INFORMATICS & VR Lab

Introductie

Inleiding :

 

Dit jaar wordt er binnen ON3 ‘Stad en Openbare Ruimte’ een pilot uitgevoerd waarbij een nieuwe track ‘Geodesign’ wordt geïntroduceerd. De kern van de Geodesign track is het werken met 3D-modellen, databronnen en datamodellen; waar mogelijk zal er getracht worden data-driven en parametrisch te werken. Virtuele representaties van onze wereld staan centraal in deze track: VR (Virtual Reality) en AR (Augmented Reality) vormen de basis tools voor het analyseren, weergeven en presenteren van 3D-informatie, zowel statisch als dynamisch. Nieuwe tools zoals Cardboard (Smartphone), Oculus Rift (Google Glasses) / HTC Vive zullen indien mogelijk ingezet worden.

Vanuit Geodesign zijn er een drietal startpunten:

 

1. Centraal staat het ontwerpen met (real-time) data

2. Centraal staat het ontwerpen met modellen

3. Centraal staat het ontwerpen in 3D (viewen/printen; statisch/dynamisch)*

 

Het doel van deze track is om sneller en beter onderbouwd tot resultaten te komen: data wordt automatisch gevisualiseerd en geupdate, modellen worden gebruikt voor kwantitatieve optimalisatie (meten is weten) en door het direct werken in 3D wordt beter inzicht geboden.

 

De Geodesign track zoals aangeboden in ON3 heeft hiermee een technocratisch karakter en niet zoals andere stromingen binnen Geodesign een basis in het ontwerpproces of in participatie (van actoren en burgers), bv Carl Steinitz (ESRI).

 

 

 

BK3ON3: Concept :

 

 

 Thema’s voor ontwerpend onderzoek:

 

1. programma / activiteiten (in bebouwing en OR), functie mix versus mono functioneel, schaal (functioneren, aantrekking), temporeel (ochtend/middag/avond/nacht) [programma]

2. morfologie / verkaveling, dichtheid, volume, bouwhoogte, typologie, blokgrootte, materialisering, datering, stijl, waardering/waarde [bebouwing]

3. klimaat / meetbaar+technisch, licht/zon/schaduw, temperatuur (T), luchtkwaliteit (Co2, PM), wind, neerslag, geluid (emmissie/belasting), [verblijfsklimaat]

4. mobiliteit / verkeer, beweging, stromen, mensen, voertuigen (gemotoriseerd), actieve modes: voetgangers en fietsers, bereikbaarheid,  [flows]

5. Openbare Ruimte / netwerk (van pleinen/ruimtes), structuur, hiërarchie, infrastructuur, groen/water, openbaar/prive, centraliteit/places, missing (ruimtelijke) links/barrieres vs stepping stones

6. ruimtelijke kwaliteit / beeldkwaliteit, zicht/zichtlijnen, ooghoogte perspectief [verblijfskwaliteit]

 

Er zijn naast Geodesign 3 andere tracks:

 Morfologie (prof. Rients Dijkstra)

 Duurzaamheid (prof. Arjan van Timmeren)

 Cultureel Historische Waarden / Erfgoed (prof. Paul Meurs)

 

In alle tracks is de opgave identiek, alleen een andere methode met een andere invalshoek en andere accenten wordt gebruikt. Voor deze track is extra voorkennis op het gebied van Rhino en Grasshopper gewenst. Overige tools en GIS worden aangeboden tijdens de modules.

 

 

De BK3ON3

                  Organisatie van het vak

 

         De BK3ON3 bestaat uit:

 

  •  6 weken ontwerp-oefeningen,
  • 2 weken synthese (variantenstudie, gevoeligheidsanalyse waarin resultaten van de eerste weken geïntegreerd worden)
  • 2 weken uitwerking van een ‘concept’ (keuzes, onderbouwing, reflectie). Hiermee wordt begonnen met kleine, afgebakende oefeningen en loopt de complexiteit op naarmate er meer synthese en tot slot reflectie gevraagd wordt.

 

  • Het eerste deel van het programma bestaat dus uit een serie ontwerp-oefeningen (modules) die door de studenten in teams van 3 personen uitgevoerd worden. Deze afgebakende thematische analyses vormen een ontwerpend onderzoek. De aanleiding en afbakening van de analyses is een hypothese. De resultaten moeten de aanleiding vormen voor concepten.

 

  • Er wordt met verschillende programma’s, plug-ins, databronnen en basisdocumenten gewerkt. Bij alle modules gelden uiteraard de volgende drie dimensies:
  1. schaal (multiscale-),
  2.  ruimtelijk / plaats (spatio-) en
  3. tijd (temporal).

 

  • Om de eerste weken in goede banen te leiden is een programma van de ontwerp-oefeningen gemaakt. Elke week wordt een ander thema, andere modellen en andere datasets onderzocht. Deels bestaat dit uit voorgeschreven opdrachten, echter de bedoeling is om ook zelf te experimenteren en zelf met varianten en alternatieven te komen!

 

  • Track & faciliteiten
  • Deze track wordt op dinsdagmiddag/vrijdagmiddag aangeboden. Docenten zijn Paul de Ruiter (AE+T) en Rob van Houten (Orbitect). Daarnaast is er ondersteuning vanuit @hok op het gebied van software, hardware en datasets.
  • De groep heeft beschikking over twee tafels (BK-0.022.O / BK-0.023.O). Daarnaast hebben we speciaal voor deze track de beschikking over een VR lab in Instructiezaal BK-I. Deze ruimte is beschikbaar voor 3D/VR/AR experimenten en als (extra) werkruimte.

 

  • Het inleveren gebeurt online via deze website.

 

  • Aanwezigheid bij de workshops is verplicht. Mocht er een reden zijn dat je niet kan komen laat het ons dan even weten per mail.

 

  • Er wordt met diverse programma's gewerkt. Welke je nodige hebt en hoe je die kun installeren staat beschreven op de BK3ON3 Downloads en Links pagina.

 

  • Als je een Apple computer hebt, moet je Windows installeren. Een deel van de programma's is namelijk alleen beschikbaar voor Windows. Als je vragen hebt hoe je dat het beste kunt aanpakken, ga dan langs bij @HOK. Student ICT Support voor advies.

 

  • Mocht je vragen hebben over het installeren van software of problemen hebben met je laptop ga dan langs bij @HOK. Student ICT Support voor advies.

 

Leerdoelen

 

 

  • Algemeen; de student
  • - kan een ontwerp maken voor een breed scala aan opgaves, rekening houdend met de daarbinnen gestelde eisen en randvoorwaarden;
  • - kan een ontwerp maken, gebaseerd op zelf geformuleerde uitgangspunten, gebruik makend van een breed scala aan onderzoekstechnieken en is in staat kritisch op de kwaliteit van het ontwerp te reflecteren;
  • - heeft begrip van een breed scala technische basiseisen, ziet deze als een intrinsiek onderdeel van het ontwerpen en als zodanig toepassen.

 

  • Specifiek; de student
  • - kan het stedelijke landschap ontleden in netwerken, verkavelingen, bebouwingstypes en openbare ruimtes en deze duurzaam, op verschillende schaalniveaus samenbrengen in een ontwerp.
  • - kan meerdere schalen tegelijk en in samenhang controleren in het ontwerp. De student toont begrip van de samenhang tussen stedenbouwkundige hoofdstructuur, verkaveling en bloktypologie.
  • - kan stedenbouwkundige analyses maken naar aanleiding van ontwerpvragen. De student kan ontwerpen in varianten en die relateren aan de uitkomsten van de analyses. De student kan berekeningen maken ten aanzien van dichtheden en de resultaten meewegen in het ontwerp.
  • - kan het ontwerpproces documenteren in stedenbouwkundige impressies, plankaarten, profielen en maquettes.

 

  • Toetsing/Beoordeling
  • Er zijn drie toetsmomenten:
  • • Voortgangspresentatie (week 5) [P1]
  • • Voortgangspresentatie (week 7) [P2]
  • • Voortgangspresentatie (week 10) [P3]

 

  • Het project wordt afgesloten met een Portfolio [p] (eind week 10)

 

  • Beoordeling vind plaats op basis van:
  • Voortgang tijdens project (o.a. varianten studies en ontwerpkeuzes) [VP1/VP2/VP3]
  • Portfolio (ontwerpproces en eindresultaten gedocumenteerd in A3-portfolio) [p]

 

Eindcijfer

Er wordt één eindcijfer gegeven. Alle producten en deelproducten moeten compleet zijn én beschikbaar in het portfolio om een voldoende eindcijfer te krijgen. Indien het project niet behaald is, moet het gehele project opnieuw gedaan worden, of worden herkanst in het zomeratelier. Dit laatste kan alleen als het eindcijfer een vier of hoger is.

 

Docenten

E-MAIL

Submitting Form...

The server encountered an error.

Form received.

Mark van Erk

Week1 Qgis naar DXF naar Grasshopper

Week1 DXF naar Rhino bestanden

Week2 Ladybug:  Getting started 1

installing

Week2 Ladybug:  Getting started 2

 visualize data

Week2 Ladybug:  Getting started 3

Sunpath basics1

Week2 Ladybug:  Getting started 3

Sunpath How To use 1

Week2 Ladybug:  Getting started 3

Sunpath How To use 2

Week2 Ladybug:  Getting started 3

Sunpath How To use 3

Week2 Ladybug:  Getting started 4

 Wind rose basics

Week2 Ladybug:  Radiation analysis

Week2 Ladybug:  Selecteren van uren en perioden

 

De opdracht

Week 1

Week 2

Week 3

Week 4

Week 5

Inleveren

Downloads and links

BK3ON3: Module 1 – Dichtheid & Volume

 

Introductie:

 

Bij stedenbouwkundig ontwerpen en ruimtelijke planning is het vergaren van informatie over het bestaande programma een cruciaal aspect als basis voor begrip en kennis over het plangebied. Via het in kaart brengen van de aanwezige volumes in het plangebied, brengt de ontwerper zichzelf in staat om een systematische analyse van ruimtelijke indeling en organisatie te maken van dat plangebied. Door deze analyse is het mogelijk om aan de hand van een gestelde of geformuleerde opgave mogelijke aanpassingen te ontwerpen. Bij zowel het analyseren van de omgeving als het ontwerpen van een mogelijke aanpassing, biedt het gebruik van de computer een uitkomst: De analyse van omgevingen vraagt vaak om weergave van veel informatie, en goed opgezet model kan helpen bij het weergeven van die informatie in verschillende lagen.

 

De kwantitatieve informatie welke nodig is om een plangebied goed in kaart te brengen is beschikbaar via verschillende kanalen. De oppervlakte, het aantal verdiepingen en de hoogte van een gebouw kunnen van belang zijn bij het in kaart brengen van een omgeving. Omdat deze informatie voor veel verschillende doeleinden gebruikt wordt, is deze ook veelal openbaar beschikbaar.

In het register Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) ([URL=https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/#?geometry.x=160000&geometry.y=455000&zoomlevel=0]BAG[/URL]) is er informatie over panden en hun gebruik te vinden. Deze informatie kan vervolgens gebruik worden om een gekozen plangebied in kaart te brengen en te analyseren. Hierbij kan er bijvoorbeeld gekeken worden naar de ruimte welke aanwezig is in het plangebied (bebouwd/onbebouwd), de hoogte van gebouwen alsmede het aantal etages in deze gebouwen en het totale vloeroppervlak (BVO). Het grondgebruik (kavel) en het BVO van een gebouw bepalen de dichtheidsindicatoren:

FSI = Floor Space Index: de bebouwingsintensiteit van een gebied (BVO/gebied)

GSI = Ground Space Index: de compactheid van een gebied (bebouwd/gebied)

OSR = Open Space Ratio: de openheid van het gebied ((gebied-bebouwd) / BVO)

L = bouwlagen of etages (BVO/bebouwd)

 

De FSI, GSI en OSR van een plangebied kunnen bet behulp van programma’s als Grasshopper en ArcGIS relatief eenvoudig in kaart worden gebracht Het aantal bouwlagen wordt berekend door de BVO te delen door de voetprint (bron: Berghauser-Pont + Haupt (2004) Spacemate,TU Delft, ISBN 90-407-2530-6).

 

In de eerste module wordt gevraagd om (a) het BVO in het gebied Hoboken, Rotterdam te maximaliseren, door nieuwe volumes toe te voegen en (b) te minimaliseren door volumes aan te passen of zelfs geheel te verwijderen. Tot slot een scenario (c) wat jullie als team als realistisch of gewenst volume zien.

Waar kan de dichtheid gewijzigd worden? in welke vorm kan de interventie tot stand gebracht worden? Het gaat hierbij om zowel een kwantitatieve als ruimtelijke inpassing in 3D.

Als onderlegger voor de inpassing van dit programma analyseer je zones in (een gedeelte van) het gebied om een passend scenario te scheppen. Als basis voor je analyse ontwikkel je een model van het door in het jou uitgekozen gebied, door in het gebied een inventaris van de aanwezige gebouwen te maken en de eigenschappen hiervan vast te leggen in een parametrisch 3D-model.

Dit model geeft inzicht in de gebruikte ruimte binnen het door jou gekozen gebied en zal de ruimte geven om scenario’s voor ontwikkelingen te maken. De scenario’s worden per team aan het model gekoppeld, wat de mogelijkheid geeft tot inpassing van het voorgestelde volume.

De interventie moet uiteindelijk in het model worden weergegeven waarbij kwantitatief de beginwaarden en eindwaarden van FSI, GSI etc. vermeld worden per zone.

 

 

 

 

 

VR en AR:

 

Voor dit vak ziullen we veel gebruik maken van VR en AR support. Hiervoor gebruiken we een variatie van mogelijkheden. De meest gavanceerde vorm is het gebruik van de Vive in combinatie met de Unreal engine.  Deze mogelijkheid genereerd een hoogwaardige vr omgeving en stelt je instaat in een maquette van de omgeving rond te lopen.  Voor een meer mobile optie hebben we gekozen voor SketchFab. Deze software stelt je in staat om 3D modellen te uploaden naar de cloud en deze te bekijken op je laptop, pc of mobile telefoon.  tevens heeft het een google cardboard optie.

Voor de AR optie gebruiken we ZAPP. Deze software maakt het mogelijk om 3D modellen via je telefoon te bekijken in AR mode.

 

 

 

De opgave:

 

In de eerste module wordt gevraagd om :

 

• het BVO in het gebied Hoboken, Rotterdam te maximaliseren, door nieuwe volumes toe te voegen

Onderbouw je aanname met een korte uiteenzetting van je analyse (schematische weergave, bijv. in illustrator).

 

• het BVO in het gebied Hoboken, Rotterdam te minimaliseren door volumes aan te passen of zelfs geheel te verwijderen

Onderbouw je aanname met een korte uiteenzetting van je analyse (schematische weergave, bijv. in illustrator).

 

• Tot slot een scenario, wat jullie als team als realistisch of gewenst volume zien.

Onderbouw je aanname met een korte uiteenzetting van je analyse (schematische weergave, bijv. in illustrator).

 

 

 

 

Digital Conduct:

 

Dit zijn digitale tekenconventies en regels die als goed gebruik worden gezien wanneer men werkt in een digitale omgeving. Als deze worden genegeerd heeft dat negatieve invloed op je cijfer.

• Model: gebruik lagen en groepen met logische naamgeving tijdens het ontwerpen. Zorg dat alle geometrie netjes op elkaar aansluit en controleer of eventuele rechte lijnen en vlakken ook daadwerkelijk recht en vlak zijn.  Voordat je het model inlevert, wis alle overbodige informatie en geometrie.

 

• Templates: er zijn A3 templates beschikbaar voor het inleveren van de posters. De lay-out van de template dient niet te worden veranderd. Het aantal, de organisatie en grootte van de plaatjes mag gewijzigd worden, tenzij anders vermeldt in de wekelijkse opdracht. Beantwoord de vragen op de templates zonder het maximale aantal woorden te overschrijden.

 

• Naamgeving bestanden: vergelijkbaar met de praktijk leren we je om een systematische naamgeving voor je bestanden te hanteren. Alle in te leveren .3dm en .gh bestanden worden gelabeld met het vak, modulenummer en opdrachtnummer en het studentennummer (ON3_M1-A_1234567). Alle in te leveren .pdf bestanden worden op dezelfde manier gelabeld inclusief  het label A3 na de inlever-week (ON3_M1-A_A3_1234567). In het geval dat er meerdere A3 pagina’s zijn om in te leveren voeg je ze samen tot 1 bestand.

 

• Back-ups: zorg dat elke week gestart wordt met een nieuwe versie van je bestand zodat je het afsluitende bestand van de vorige week onaangetast behoud. Dit is belangrijk in verband met het terughalen van eerdere versies van het ontwerp. Bovendien garandeert het extra back-ups voor het geval het file corrupt wordt. Zorg dat er te allen tijde een extra kopie bestaat van alle bestanden gedurende het vak, ter voorkoming van het verliezen van al je werk in het geval van een computer crash.

 

 

 

Inleveren:

 

Inleveren doe je via het tabblad Inleveren op deze webpagina.

  • Deadline voor het inleveren van de week opgave is 20-11-2016 (24.00)

 

 

 

Online Lesmateriaal:

 

Verplichte lesstof:

  • Qgis open Gis data software

 

 

 

Downloads:    ( if you use  a Chrome browser - right click on link and select save link as )

 

Optioneel:

 

Sketchfab account . Als je de Tu mail gebruikt voor inlog account krijg je toegang tot de pro versie.

 

 

 

 

BK3OV3: Module 3  -  Bezonning

 

Introductie:

 

De zon is belangrijk. Dat behoeft geen betoog. Het doel van deze opdracht is om inzicht te krijgen in de bezonning van het gebied en de wisselwerking tussen open ruimte/groen, zon, functie en bouwmassa. Inzicht in de manier waarop het plangebied onder invloed staat van de zon biedt aanknopingspunten om minder goed functionerende gebieden aan te wijzen en een nieuw ontwerp te maken voor deze gebieden. Daarnaast biedt het aanknopingspunten om binnen een planontwikkeling functies, gebouwen en/of inrichting in het plangebied optimaal te positioneren en daarmee de kwaliteit van de openbare ruimte en de bebouwing te verhogen.

We maken bij deze opdracht gebruik van Rhino, Grasshopper in combinatie met Ladybug: een tool die data van het weer inzichtelijk maakt en toepasbaar als dynamische parameter in een ontwerpproces. Deze opdracht bestaat uit 3 delen:

- Voorbereiding: Het installeren van Ladybug en bekend worden met de werking.

- Het maken van bezonningsstudies van de locatie.

- Het ontwerpen van een ingreep om de huidige situatie te verbeteren.

De gegevens worden gecombineerd met de al bekende gegevens uit opdracht 1 en 2, waarbij jullie inzicht hebben gekregen in waar de verschillende functies in het gebied zich bevinden.

 

 

BK3OV3: Module 4  -  Energie

 

Introductie:

 

Voor het verduurzamen van onze maatschappij moeten we slim omgaan met energiebronnen. Met zon en wind kunnen we in een deel van onze energiebehoefte voorzien, zowel op een passieve als een actieve manier.

In deze opdracht gaan we meerdere aspecten van energie in de gebouwde omgeving  van de locatie evalueren. Met de radiation analysis tool (volg online tutorial) kan je met Ladybug berekenen hoeveel zonne-energie er op alle zijden van een gebouw valt. Hierbij kan er onderscheid gemaakt worden tussen stralingsenergie vanuit de hemelkoepel, en directe straling van de zon. Deze informatie kunnen we inzetten om de gebouwde omgeving beter gebruik te laten maken van de aanwezige energiepotentie.

 

 

BK3OV3: Module 5  -  Urban Heat Island Effect

 

Introductie:

 

Urban Heat Island effect, afgekort UHI, is een term die gebruikt wordt voor het verschil in omgevingswarmte tussen stedelijk gebied en niet stedelijk gebied. Dit verschil ontstaat door het hogere gebruik van energie in de stad in gebouwen en het verkeer, de verminderde penetratie van wind in de stad, en door de afwezigheid van groen die zonne-energie absorbeert. Deze warmte kan oplopen tot meerdere graden en heeft een negatieve invloed op de luchtkwaliteit door de vorming van ozon in combinatie met uitlaatgassen.

Er worden 2 zones gedefinieerd; de eerste zone is het gebied van de grond tot de toppen van de bomen/dakrand van gebouwen (de meest voorkomende bouwhoogte in stedelijk gebied komt hiermee overeen) of Urban Canopy Layer (UCL), en een tweede zone vanaf de eerste zone tot ca 1,5 km, waarboven de stad weinig of geen invloed meer uitoefent.  Op de tweede zone kunnen wij in het plangebied geen invloed uitoefenen, maar op de eerste wel.

Ben er van bewust dat effecten van UCL op UBL elkaar tot op zekere hoogte beïnvloeden.

Gebruikte afkortingen:

- UHI (Urban Heat Island)

- UBL (Urban boundary layer) zone van ca 20m tot 1,5 km

- UCL (Urban Canopy Layer) zone van grond tot ca 20 meter

Het doel van de opdracht is om het UHI effect in UBL en UCL in een deel van de bestaande situatie in kaart te brengen, om vervolgens in UCL ontwerpingrepen te doen om het effect te verminderen.

Voor deze opdracht maken we gebruik van online arcGIS en Rhino icm grasshopper en Ladybug..

 

 

Excursie:

 

Link NoiseTube app:

http://www.noisetube.net/

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1) installeer de app (android of iphone)

2) maak een gratis account aan in de app

3) maak metingen op de locatie.

4) de metingen zijn later te downloaden vanuit je noisetube account, daar zullen we in week 4 mee aan de gang gaan.

 

Per groep een aandachtsgebied gerelateerd aan tijd:

 

Bijgaand een kaart met de aandachtsgebieden per groep.

Bijvoorbeeld het rode gebied voor groep A en D. Groep A voor de lezing in de kunsthal lezing, groep D daarna. Zodoende krijgen we ook inzichten in verschillende metingen per tijdstip.

Zo ook voor groepen B en E voor de blauwe route en C en F voor de oranje route.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na de metingen:

Download uit je NoiseTube account alle kml files voor alle metingen en stuur deze

gezamenlijk in een zip uiterlijk vrijdag naar (als je geen zip kunt maken mag het ook als losse bijlagen):

f.j.gouwetor@tudelft.nl.

(zie ook jpg bijgaand)

 

N.B.: de tijdmeting is beter als je loopt (minder wind t.o.v. fietsen). Meet zo veel mogelijk. Je zal merken dat het redelijk eenvoudig is om veel te meten met de noisetube app.

 

 

 

De opgave:

 

In de module Bezonning wordt gevraagd om :

 

Opdracht 1:

Gebruik de locatie en de zonfunctie en de ladybug  in Rhino om bezonningsstudies te maken. Geef in duidelijke diagrammen/tekeningen, kaarten en renderings aan welke combinaties van functies en zoninval goed werken en welke minder. Bedenk daarbij meerdere scenario’s:

- Optimale zon voor de openbare ruimte/openbare functies/straatfuncties

- Optimale zon voor wonen en andere functies; volgens de wet moet elke woning bijvoorbeeld een bepaalde hoeveelheid licht ontvangen (nen 2057)

- Het beperken van hinderlijke zon: winkels (geen zon op voedsel), kantoren (opwarming)

- Groen heeft voldoende licht en zon nodig.

 

Opdracht 2:

Ontwerp ingrepen die de bezonningssituatie verbeteren, en breng die met renderings en diagrammen helder in beeld.

- Door hetzelfde programma en volume te herschikken

- Door functie te veranderen

- Door bouwmassa te verwijderen

- Test de ingrepen uit opdracht 1 en 2, bekijk wat de impact op de bezonning is en pas de ingreep aan om de bezonning te verbeteren.

 

 

 

Download EPW weather data van nederland (schiphol) zoals aangegeven in de tutorial en link deze online of lokaal aan ladybug in grasshopper. Laad het verstrekte 3D model van de lokatie in Rhino. Controleer of je standaard bewerkingen kan uitvoeren.

 

 

In de module Energie wordt gevraagd om :

 

Opdracht 1:

Evolueer het dijkzicht ziekenhuis op zijn energiepotentie. Hierbij zijn er deelopdrachten

- De oriëntatie van gebouwen en functies zijn van invloed op de energiebehoefte; een noordgevel zal meer energie verliezen dan opbrengen. Maak de hoeveelheid energie die op de gevels en daken van het ziekenhuis vallen inzichtelijk. Maak daarbij onderscheid tussen de hemelkoepel en directe zon, de zomer versus andere jaargetijden, en de verschillende functies,  waarbij gekeken wordt of deze functies profijt hebben van de zon of juist niet.

- Daken lenen zich goed voor de plaatsing van zonnecollectoren, maar niet alle daken presteren even goed. Analyseer welke daken het beste gebruikt kunnen worden voor zonnecollectoren, en maak daarbij onderscheidt tussen de energiepotentie tgv van de hemelkoepel en van de zon.

 

Opdracht 2:

Maak een plan voor het dijkzicht ziekenhuis waarbij het volume, de oriëntatie en de organisatie van de functies zodanig wordt aangepast dat er beter gebruik wordt gemaakt van passieve (orientatie) en actieve (zonnecollectoren) zonne-energie.

 

 

 

In de module Urban Heat Island Effect wordt gevraagd om:

 

Opdracht 1:

UBL: Urban Boundary Layer

Breng UHI op de lokatie in kaart met behulp van de meteorologische gegevens uit arcGIS. Interpreteer de gegevens en beredeneer de relatie met de omgeving in analysetekeningen. De meteorologische gegevens zijn gegevens op het gebied van UBL, en geven dus alleen een beeld van de zone van ca 20 m tot 1,5 km.

UCL: Urban Canopy Layer

Leg met behulp van de radiation analysis tool van Ladybug en het 3D model verbanden tussen warmte in de UCL en de ruimtelijke opbouw van het gebied. Beperkt het onderzoek tot de momenten dat er ook daadwerkelijk problemen ontstaan: langdurige perioden van zon, in de zomer, weinig wind, etc.

Houdt dus rekening met

- temperatuur gegevens

- zonnestand

- windgegevens

- Water

- Groen en Bomen

Zoek naar probleemgebieden. Vergelijk de bevindingen van de radiation analysis tool met de daadwerkelijke situatie in materiaal, groen en ruimtelijke objecten in de kaart en met behulp van Google street view (week 1). Voeg elementen in het 3D model toe indien nodig om de analyse te verbeteren.

 

Opdracht 2:

Kies op basis van de gegevens uit de vorige opdracht een interventiegebied en ontwerp maatregelen om de opwarming tegen te gaan in de UCL. Dit kan zijn door iets te veranderen – materiaal, kleur -, iets toe te voegen – schaduw, groen - , iets weg te halen  - bouwmassa, verkeer (omleiden) – of een temporele ingreep, of een combinatie daartussen.

 

 

 

Inleveren:

 

Inleveren doe je via het tabblad Inleveren op deze webpagina.

  • Deadline voor het inleveren van de week opgave is 27-11-2016 (24.00)

 

 

 

Online Lesmateriaal:

 

Verplichte lesstof module 3 Bezonning

 

 

Verplichte lesstof module 4 Energie

 

LET OP: de genoemde grid size is gerelateerd aan de fysieke dimensies van je model. Kies bij een model in meters dus een duizend keer lager getal dan in millimeters voor de grid size.

 

 

Verplichte lesstof module 5 Urban Heat Island Effect

  • - Onderzoek wageningen UHI rotterdam

 

 

Downloads:    ( if you use  a Chrome browser - right click on link and select save link as )

 

 

 

 

 

BK3OV3: Module 7 : Centraliteit opdracht GRAVITY & FLOW

 

Introductie:

 

In deze opdracht onderzoeken we de verbondenheid tussen plekken en functies in het netwerk van de stad. De tool die we daarbij gebruiken heet Urban Network Analysis toolbox en is ontwikkeld door City Form Lab van de Harvard universiteit.

De UNA toolbox lijkt op Space Syntax. Space Syntax is een stedenbouwkundige theorie die de kwaliteit van een stedelijk netwerk meetbaar probeert te maken door het objectiveren van bepaalde eigenschappen; bijvoorbeeld hoe veel keer je een hoek om moet om vanuit een startpunt andere punten binnen een (loop)afstand te bereiken, of hoe ver je kan komen met een beperkt aantal hoekverdraaingen. Hoe vaak je een hoek om gaat zegt iets (integratie, verbondenheid, overzichtelijkheid,…) over de ruimtelijke eigenschappen van een gebied, en over het startpunt. Een locatie kan heel centraal liggen, maar ook ‘verborgen’.

De UNA toolbox is meer gericht op het kwantificeren van eigenschappen, en minder op het kwalificeren. Het toekennen van kwaliteiten doe je zelf. Het gebruik van computers maakt het mogelijk meer en meer nauwkeurige studies te doen naar kwantitatieve eigenschappen van - en ingrepen op - stedelijke netwerken, en deze gaan we inzetten op de kwaliteit en ‘performance’ van het gebied te verbeteren.

 

 

Wegen:

 

  • Wegen (het netwerk)Importeer de kaart met de direct omgeving van het plangebied uit openstreetmaps met ELK, selecteer de weg(en) met de features. Je kan verschillende wegen aanwijzen en deze apart houden: autowegen, voetpaden, etc. Bake deze in Rhino. Je hebt nu een kaart met de wegenstructuur.
  • De netwerk data is na import niet direct te gebruiken en behoeft controle en reparatie; voor het netwerk in UNA - de wegen dus- is het belangrijk dat elke weg een apart lijnstuk is, en dat er bij een kruising een nieuw lijnstuk begint. Het is noodzakelijk lijnen te splitsen als ze over het kruispunt doorlopen, anders werkt UNA niet goed. Dit kan eenvoudig met Split in Rhino.

 

Gebouwen & bestemmingen:

 

  • De gebouwen kunnen we met de features op een zelfde manier selecteren en ordenen. Om een omtrek van de gebouwen zichtbaar te maken kan de gebouwinformatie in grasshopper door een polylinefunctie te halen. Sluit daarbij de polyline; soms blijft polyline open. De gesloten polyline kan je ‘baken’ om in rhino diagrammen te maken.
  • Voor de gebouwen hebben we in UNA echter geen omtrek nodig, maar een punt. Dit kunnen we eenvoudig bereiken door grasshopper voor elke poyline de centroid te laten bepalen, en deze te baken in Rhino voor gebruik met UNA.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De opgave:

 

Opdracht Centraliteit opdracht GRAVITY & FLOW

 

Deze opdracht vergt zorgvuldige voorbereiding. We maken daarbij gebruik van meerdere tools: ELK voor grasshopper, UNA toolbox voor Rhino, en OSM data van Openstreetmaps. Een eenmaal goed geproduceerde kaart is voor meerdere opdrachten, en voor het latere ontwerp, inzetbaar.

 

LET OP: Houdt er rekening mee dat de informatie uit openstreetmaps niet per definitie juist is! Gebruik je gezond verstand, en controleer de gegevens indien ze van grote invloed zijn op de uitkomsten.

 

Introductie UNA toolbox http://cityform.mit.edu/projects/urban-network-analysis

 

Opdracht 0: Voorbereiding:

 

 

 

Opdracht 1:

 

REACH:

Lokaliseer en sorteer belangrijke bestemmingen in het plangebied (Dijkzigt, metrostation, busshalte, Kunsthal …) en gebruik de Reach functie om analyses te maken over:

- Wat is het bereik van de haltes van het openbaar vervoer (bus en tram 400/500m, metro 700/1000m)

- Welke belangrijke functies bevinden zich binnen loopafstand van de haltes

- Welke gebieden bevinden zich op loopafstand van meerdere haltes, en zijn dus goed ontsloten

- Voer de ingrepen uit opdracht 1 en 2 in analyseer de bereikbaarheid van deze lokaties

Breng de resultaten in beeld in diagrammen. Je kan de kleuren van de punten gebruiken om de gebouwen als geheel te kleuren in grasshopper.

 

Gravity:

Door gewicht toe te kennen aan belangrijke bestemmingen (dijkzicht, kunsthal, etc) kan er uitdrukking gegeven worden aan de aantrekkelijkheid van en de uitstraling naar een locatie in de stad. De nabijheid van een functie met veel aanloop (museum, ziekenhuis) op een looproute naar een metrostation kan de locatie van winkels positief beïnvloeden, bijvoorbeeld.

Standaard heeft elk punt een gelijk gewicht in UNA.

- Geef belangrijke functies een proportioneel gewicht, (bezoekersaantallen bv), en gebruik de metrohaltes of andere ‘destinations’ om de aanloop en daarmee de aantrekkelijkheid weer te geven.

- Je kan alle punten ook als startpunt EN eindpunt benoemen. Bij berekening van de gravity worden dan alle routes tussen alle punten meenomen, en ontstaat er daarmee een overzicht van de centraliteit t.o.v. het geheel.

- Voer de ingreep uit opdracht 1 in en analyseer de invloed op het gebied.

Breng de resultaten in beeld in diagrammen. Je kan de kleuren van de punten gebruiken om de gebouwen als geheel te kleuren in grasshopper.

 

Straightness

Straightness werkt net  zoals voorgaande functies, maar geeft aan in hoeverre de verschillende routes langs rechte wegen plaatsvinden, waarmee het de ‘verbondenheid’ in het netwerk uitdrukt op een manier vergelijkbaar met Space Syntax.

- Maak ook hier weer vergelijkingen met belangrijke bestemmingen,  en met het netwerk als geheel.

De ‘rechtheid’ van routes is in space syntax een maat van verbondenheid. Het kent in de vorm van UNA ook een praktisch nut: voor fietsroutes bijvoorbeeld. Om de stad beter te ontsluiten voor de fiets kan de rechtheid van de routing tussen belangrijke bestemmingen van invloed zijn op het gebruik ervan. Op die manier kan deze tool dus ook ingezet worden om te analyseren waar een fietsroute aangelegd of verbeterd zou kunnen worden.

 

 

Opdracht 2:

 

Volg de tutorial voor Betweenness: https://vimeo.com/124822681

 

Betweenness/flow

 

Met deze tool kunnen de verkeerstromen in het netwerk van de stad gekwantificeerd worden. Dit is bruikbaar om bijvoorbeeld keuzes te maken in het aanpassen en/of verbeteren van straatprofielen. Er kunnen meerdere verkeerstromen in kaart worden gebracht. De beperking is dat UNA geen onderscheid maakt in wegsoorten, dus dat moet je zelf doen met behulp van de featureset van Elk.

Gemotoriseerd verkeer maakt daarbij bijvoorbeeld meestal gebruik van hoofdroutes en wegen met de hoogste mogelijke snelheid. Voetgangers nemen vaak de kortste route, of een route met een bepaalde kwaliteit, zoals een park. Dit onderscheid kan je zelf in de kaart aanbrengen.

 

- Maak met behulp van de kennis en kunde uit voorgaande opgaven een aannemelijke overzicht van de verkeerstromen rond en in het plangebied in de bestaande situatie. Maak daarbij onderscheid tussen gemotoriseerd verkeer, fietsverkeer en voetgangers.

- Voeg vervolgens de ingreep uit opdracht en/of 2 toe en maak een nieuw overzicht. Vergelijk de bestaande situatie en bedenk aanpassingen aan het bestaande wegennetwerk om dit plan op een goede manier in te passen.

 

Breng de resultaten in beeld in diagrammen. Het is niet de bedoeling in dit stadium de straatprofielen zelf te gaan ontwerpen

 

De tool kan ook ingezet worden om mogelijke sluiproutes tov hoofdwegen te identificeren en daartegen maatregelen te nemen.

 

 

Literatuur

Space syntax: https://en.wikipedia.org/wiki/Space_syntax

 

 

 

Inleveren:

 

Inleveren doe je via het tabblad Inleveren op deze webpagina.

  • Deadline voor het inleveren van de week opgave is 4-12-2016 (24.00)

BK3OV3: Module 8 : Furnishings, Landscape, and Program

 

Introductie:

 

A close look at invitations to participate in public life reveals a relationship between public life and public space. If there is nowhere to sit, people will not sit. If there is no tree canopy to mediate temperature or create visual interest, walking will be less pleasant and therefore less prevalent. If there is not inclusive programming, some people will never find a reason to spend time in public space in the first place. This layer of data helps uncover relationships between the built environment and the ability of a place to foster social mixing.

 

Method

Surveyors go to the place under study (or reference a photo survey) and catalog invitations for public life in design, furnishings, sidewalk, and programming elements of the space. They measure types of seating, commercial and cultural invitations, sidewalk and paving characteristics and programming. This data can be correlated with observational analysis to understand how the public life and social mixing is responding (or not responding) to invitations from the public realm at this fine-grain scale. This tool has been tested in Denver on the 16th Street Mall, as well as in New York City’s plazas as part of the World Class Streets 2.0 project

 

Findings from the field

As part of a Public Space Public Life survey of Downtown Pittsburgh, Gehl performed a careful inventory of a number of furnishings on key corridors, including public benches. Market Square, in which the city has invested heavily, has most of downtown’s public benches. It also exhibits some of the highest pedestrian and staying activity numbers in the city. Inversely, Liberty Avenue, the city’s major transit spine, has few benches, which contributes to negative perception of this street as a place to stay and enjoy - there are simply no invitations from the public furnishings to do this.

 

BK3OV3: Module 9 : Building Facade Activation + Entries

 

 

Introductie:

 

The activation of a facade and the number of entrances is a strong predictor of when people will slow down and engage in activities other than simply walking. An active facade presents opportunities for strangers to

meet and mix, and provides an attraction for different types of people. Facade quality may be an essential precondition to creating places that invite all types of people and encourage social mixing.

 

Method

A surveyor walks along a street and ranks facades according to a scale of activation based on the qualities of the building facade itself. Quality is ranked according to transparency of windows and doors, unit width, number of doors, articulation of the facade, and inviting ‘spillover’ into the sidewalk in the form of signage, seating, and other exterior furnishings. Facades are ranked Vibrant, Active, Full, Inactive. There are separate categories for parking, parks, open spaces, and monuments or historic buildings. Facade categories can be calibrated to local criteria. Activation of each facade is ranked and mapped. In addition, doors are counted and used as a quantitative indicator for granularity.

 

Data from the field

In Pittsburgh, Gehl staff walked each street downtown, categorizing facade activity and entries. We found that key corridors were slightly more active than the citywide average, with some corridors, like Liberty Avenue performing better than others.

Literatuur: Close encounters with buildings, Jan Gehl*, Lotte Johansen Kaefer and Solvejg Reigstad

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De opgave:

 

Uitvoeren opdracht:

 

The City at Eye Level

Gebaseerd op Jan Gehl, The Public Life Diversity Toolkit 2.0 (2016)

En STIPO, The City at Eye Level (2012 & 2016)

 

Opgave 1:

Kwaliteit OR – wat is er

 

Opgave 2:

Kwaliteit GEVEL

 

 

Literatuur

 

 

 

 

Inleveren:

 

Inleveren doe je via het tabblad Inleveren op deze webpagina.

  • Deadline voor het inleveren van de week opgave is 11-12-2016 (24.00)

Inleveren:

 

De week opgave staat uitgebreid omschreven  in het overeenkomstige tabblad

Week 1       -       Week opgave         -     20-11-2016   (24.00)

Week 2      -       Week opgave          -     27-11-2016   (24.00)

Week 3      -       Week opgave          -     4-12-2016   (24.00)

Week 4     -       Week opgave           -    11-12-2016   (24.00)

Week 5     -       Week opgave           -     18-12-2016   (24.00)

BK3ON3 - Downloads en links  ( if you use  a Chrome browser - right click on link and select save link as )

 

 

Week 1 files:

 

 

 

Locatie:

 

 

SketchFab files:

 

 

Other:

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorbereiding (15-11-2016)

 

Software:

 

Zorg dat je voor aanvang van het onderwijs voorbereid bent op de workshop. Zorg dat je de volgende zaken voor de eerste workshop op orde hebt:

 

Voor week 1

 

  • Voor Mac gebruikers: Windows is geinstalleerd op je laptop via Bootcamp (Geen parralels of VirtualBox)

            http://adhok.bk.tudelft.nl/site/wp-content/uploads/2014/05/OSX-WinMac.pdf

 

  • Rhino 5 installatie handleiding:

            http://adhok.bk.tudelft.nl/site/manuals/installation-guides/#rhino

 

  • Rhino 5 downloaden:

            via blackboard

 

 

 

  • Het GML-bestand is uit te lezen met behulp van het programma QGIS. Dit programma is te downloaden via: QGIS_Direct_Download_x64

 

 

 

 

 

 

 

 

Computermuis (werken met een track-pad is onmogelijk)

 

Problemen oplossen

 

  • Als je een Apple computer hebt, moet je Windows installeren. Een deel van de programma's isnamelijk alleen beschikbaar voor Windows. Als je vragen hebt hoe je dat het beste kunt aanpakken, ga dan langs bij @HOK. Student ICT Support voor advies.

 

  • Mocht je vragen hebben over het installeren van software of problemen hebben met je laptop ga dan langs bij @HOK. Student ICT Support voor advies.

 

 

Zelf problemen oplossen

 

Help files

  • Rhino heeft een zeer goede helpfunctie. Weet je niet precies wat een commando doet? Druk op F1 in rhino, en deze geeft veel informatie voor hulp bij Rhino.

 

Gericht zoeken op problemen

  • Kom je een probleem tegen? Zoek op de (letterlijke) foutmelding die je hebt gekregen, in veel gevallen zul je antwoorden op je probleem krijgen.

 

@hok Student ICT Support

  • Afhankelijk van het moment kunnen er experts op het gebied van je probleem bij adhok aanwezig zijn. Je vind @hok op BG.Midden.130 (Begane grond,, straat van bouwkunde, tussen Stylos en FSR)

 

Forums

  • Forums zijn vaak de manier waar vragen specifiek over software gesteld worden, de volgende fora zijn beschikbaar voor de software gebruikt binnen dit vak. Zorg dat je als je gebruikt maakt van forums je je vraag zo helder mogelijk stelt.

 

 

 

 

 

 

CONTACT

 

 

Telnr +3127892136

 

Room 01+.West.040

 

Faculty of Architecture and the

Built Environment

 

Building 8

 

Julianalaan 134

 

2628 BL Delft